Biblionet Groningen verbindt leesbevordering met kansengelijkheid

Met verhalen en gesprekken krijgt ieder kind de ruimte om mee te doen

Hoe zorg je ervoor dat kinderen niet alleen méér lezen, maar door verhalen ook zichzelf en de wereld om hen heen beter leren begrijpen? Biblionet Groningen laat zien welke waarde bibliotheken daarin kunnen hebben. In samenwerking met scholen zet Biblionet Groningen zich in voor leesplezier, taalontwikkeling en een sterke leescultuur. Daarbij is ook aandacht voor maatschappelijke thema’s die het leven en de ontwikkelkansen van kinderen beïnvloeden.

Biblionet Groningen is actief in de gemeenten Eemsdelta, Het Hogeland, Midden-Groningen, Pekela, Stadskanaal, Oldambt, Veendam, Westerkwartier en Westerwolde. Binnen dit uitgestrekte werkgebied werkt de bibliotheek samen met scholen en andere partners aan een doorgaande leeslijn: vanaf de eerste kennismaking met boeken voor hele jonge kinderen tot en met het voortgezet onderwijs.

Die inzet gaat verder dan het beschikbaar stellen van boeken. Leesmediaconsulenten brengen hun deskundigheid de school binnen, adviseren leerkrachten en docenten en helpen lezen een vaste plek te geven in het onderwijs. De kracht zit daarbij juist in de samenwerking: samen kijken wat leerlingen nodig hebben en aansluiten bij de dagelijkse praktijk op school.

Ook toekomstige leerkrachten worden betrokken. Biblionet Groningen werkt samen met pabo’s om studenten vertrouwd te maken met kinder- en jeugdliteratuur en het belang van voorlezen en leesplezier. Daarbij wordt ook gekeken hoe boeken een plek kunnen krijgen binnen andere vakken dan taal. Zo ontstaat aandacht voor lezen die verder reikt dan één les of één klas.

In het voortgezet onderwijs werkt Biblionet Groningen al sinds 2016 samen met Campus VO Eemsdelta. Binnen de Bibliotheek op school zijn leesmediaconsulenten zichtbaar aanwezig en stemmen zij hun inzet af met docenten. Die langdurige samenwerking maakt het mogelijk om leesbevordering niet als losse activiteit te organiseren, maar te verbinden met het onderwijs en met wat leerlingen nodig hebben.

Boeken die uitnodigen tot een gesprek

Binnen deze brede inzet gebruikt Biblionet Groningen ook de Leskist Kansrijk. Deze sluit aan bij een aanpak waarin lezen, leesbeleving en gesprekken over maatschappelijke onderwerpen elkaar versterken.

Via verhalen maken kinderen kennis met verschillende ervaringen en leefwerelden. Een boek over armoede, geldzorgen of niet kunnen meedoen, kan herkenning bieden, maar ook helpen om beter te begrijpen wat een ander meemaakt. Doordat het gesprek begint bij een personage, hoeven kinderen niets over hun eigen situatie te vertellen. Dat maakt het mogelijk om zorgvuldig aandacht te besteden aan onderwerpen waarover niet vanzelfsprekend wordt gesproken.

Negentig basisscholen ontvangen Zie je mij?

De samenwerking krijgt nu een vervolg met de verspreiding van de gesprekskaarten Zie je mij? naar negentig basisscholen in de provincie Groningen. Deze scholen doen mee met het 3e jaar van het Masterplan Basisvaardigheden voor Bibliotheken doorontwikkeling De Bibliotheek op school.

De kaarten zijn bedoeld voor leerkrachten en andere professionals en helpen om aandacht te houden voor signalen die mogelijk samenhangen met armoede of geldzorgen. Niet om conclusies te trekken, maar om met elkaar stil te staan bij wat opvalt, vragen te stellen en beter te begrijpen wat een kind nodig kan hebben.

Daarmee sluiten de kaarten aan op de gesprekken die met de Leskist Kansrijk in de klas kunnen ontstaan. Waar de boeken leerlingen helpen om verschillende perspectieven te verkennen, bieden de kaarten professionals handvatten om ook achter het gedrag of de situatie van een kind te blijven kijken.

Juist die combinatie maakt de samenwerking bijzonder. Biblionet Groningen brengt leesbevordering en maatschappelijke betrokkenheid samen op de plek waar kinderen dagelijks leren en zich ontwikkelen. Vanuit bestaande relaties met scholen krijgen boeken, verhalen en gesprekken een vervolg dat verder reikt dan de bladzijde: in aandacht voor wat kinderen meemaken, voor elkaar kunnen betekenen en nodig hebben om mee te doen.

Samen bouwen aan mentale veerkracht

Een veilige basis om te groeien

Bij De School voor Transitie geloven we in en werken we aan een wereld die voor iedereen een secure base is: een bron van veiligheid en inspiratie die mensen uitnodigt om in verbinding risico’s te nemen, te groeien en uitdagingen aan te gaan. Die wereld begint ook in de klas.

Een docent kan voor jongeren een secure base zijn: iemand die veiligheid biedt, inspireert en uitdaagt om te groeien. Dat doet een docent door aanwezig te zijn, te luisteren en ruimte te maken voor een gesprek, ook wanneer het over moeilijke onderwerpen gaat.

Bij thema’s als onzekerheid, prestatiedruk en mentale gezondheid is dialoog belangrijk. Een gesprek helpt jongeren woorden te geven aan wat er speelt, ook wanneer zij niet gewend zijn daarover te praten of nog niet hebben geleerd hoe dat kan. Ze ervaren dat ze niet alleen zijn en leren omgaan met spanning en tegenslag.

Met onze bijdrage aan de Leskist Mentale Veerkracht van Positive Minds hopen we docenten handvatten te geven om deze gesprekken te voeren en een veilige, inspirerende plek in de klas te creëren. Zo bouwen we samen aan veerkrachtige jongeren en een wereld waarin iedereen kan groeien.

Wil je meer weten over De School voor Transitie en hun werkwijze? Neem dan een kijkje op hun website: deschoolvoortransitie.nl

Jullie zagen mijn afwezigheid, maar zagen jullie mij?

Oliviers verhaal

Deze tekst is tot stand gekomen op basis van een interview met Olivier.

De school waar ik toen zat, zegt te werken vanuit liefde, nieuwsgierigheid, verbinding, plezier en vitaliteit. Een school waar iedere leerling welkom is en kan worden wie hij is.

Maar gold dat ook voor mij toen het moeilijk werd?

Toen ik zestien was, zat ik meer dan een jaar thuis. Meestal op mijn kamer. De drukte op school kon ik niet meer aan. De gangen, de klas, alle mensen en verwachtingen gaven mij steeds meer stress. Op mijn kamer was het stil, maar gelukkig was ik daar niet. Mijn wereld werd steeds kleiner en de stap naar buiten steeds groter.

Maandenlang hoorde ik niets van school. Geen telefoontje, geen kaartje, niemand die vroeg hoe het met mij ging. Uiteindelijk namen mijn ouders zelf contact op. Ook zij wisten niet goed wat ze moesten doen met een jongen die bijna de hele dag op zijn kamer zat.

Vanaf dat moment leek alles ineens in een sneltrein terecht te komen. School wilde dat ik vier dagen per week terugkwam. De leerplichtambtenaar vertelde wat er kon gebeuren als ik niet ging. Iedereen wilde dat ik weer naar school zou gaan, maar niemand leek zich af te vragen waarom dat na al die maanden niet zomaar lukte.

Er kwamen gesprekken, coaches en trajecten. De een moest uitzoeken waar ik naartoe kon. De ander moest mij weer ritme geven. Er werden formulieren ingevuld over mijn gedrag en mijn ouders kregen gesprekken over hoe zij als ouders functioneerden.

Iedereen leek ergens mee bezig. Maar wie hield zich eigenlijk bezig met mij?

Wat ik nodig had, stond nergens op een formulier.

"Ik had Iemand nodig die mij zag.”

Er was één coach die echt luisterde. Bij haar had ik voor het eerst het gevoel dat iemand wilde begrijpen wat er met mij aan de hand was. Maar juist toen ik haar begon te vertrouwen, moest zij mij overdragen. Haar rol hoorde volgens het systeem alleen bij de eerste fase.

Voor mij was die eerste fase nog helemaal niet voorbij. Ik begon pas net te praten.

Daarna ging ik drie keer per week naar een ‘back to school’-traject. Ik liet zien dat ik weer ritme kon opbouwen, maar het programma stond vast. Het bracht mij niet dichter bij school en al helemaal niet bij een antwoord op de vraag waarom ik mij zo voelde.

Vervolgens kreeg ik een nieuwe coach. Op papier had ik begeleiding. In werkelijkheid belde hij mij af en toe. Het idee was dat hij mij iedere dag zou bellen om mij wakker te maken, maar ook dat gebeurde nauwelijks. Je merkt echt wel of iemand jou wil leren kennen of vooral bezig is met wat er op zijn formulier moet staan.

Ondertussen kregen mijn ouders steeds te horen dat ze mij naar school moesten krijgen. Daardoor kwamen zij tegenover mij te staan, terwijl ik hen juist nodig had. Een tijdlang ging het tussen ons niet goed. Pas toen zij vroegen: “Wat heb jij nodig? Dan gaan we dát proberen,” veranderde er iets.

Eindelijk stond er iemand naast mij.

In die periode kreeg ik ook het jaarboek van school te zien. Bij een foto van mij stond: “Wie is de eerste die een zwerver gaat worden?” Daarmee werd ik bedoeld.

Ik zat thuis, wist zelf niet hoe het verder moest en las in het jaarboek dat ik blijkbaar degene was van wie niemand nog iets verwachtte. Misschien was het bedoeld als een grap. Voor mij voelde het alsof de school die mij maandenlang niet had gezien, mij uiteindelijk toch had opgemerkt. Niet als een jongen die hulp nodig had, maar als iemand van wie niets terecht zou komen. Die woorden deden pijn. En die pijn neem je mee.

Mijn problemen kwamen niet alleen door school. Maar school is wel de plek waar jongeren een groot deel van hun tijd doorbrengen. Als je niet gelukkig bent en nergens kwijt kunt wat er in je omgaat, lukt leren ook niet meer.

Ik verwachtte niet dat een docent mijn coach zou worden. Wel dat iemand zou zien dat het niet goed met mij ging. Ik kon best vertellen dat het niet lukte. Ik heb daar geen geheim van gemaakt. Maar als je aan iemand vraagt hoe het gaat, moet je ook willen luisteren naar het antwoord.

Hoewel ik vaak niet op school was, was ik geen spijbelaar die gewaarschuwd moest worden. Ik was een ongelukkige jongen van zestien die iemand nodig had om samen te kijken naar wat nog wél mogelijk was. Misschien een rustige ruimte, een stil moment of kleine stappen. Vooral had ik willen horen:

Je hoort nog steeds bij ons. We weten nog niet wat werkt, maar we blijven bij je tot we het samen hebben gevonden.”

In mijn examenjaar ging ik niet meer terug naar school. Toen mijn klasgenoten bezig waren met hun eindexamens, had ik een baantje gevonden bij McDonald’s. Na de zomervakantie ben ik ook begonnen om één dag per week naar school te gaan. Inmiddels heb ik mijn startkwalificatie gehaald.

Bij mijn eerste beoordeling op mijn werk stond dat ik vanaf het begin had laten zien dat ik leergierig ben en snel dingen oppak. Die woorden deden iets met mij. Iemand zag niet alleen waar ik was vastgelopen, maar ook wat ik kon. Daardoor ben ik anders naar mezelf en naar leren gaan kijken.

Als ik terugkijk, heeft iedereen op papier zijn werk gedaan. Er zijn gesprekken gevoerd, waarschuwingen gegeven, trajecten ingezet en formulieren ingevuld.

Maar wat ik nodig had, stond nergens op een formulier.

Ik had iemand nodig die mij zag.

En dat gun ik iedere jongere die nu thuiszit.

Gepubliceerd in Blog

Gesprekskaarten voor armoedesensitief werken met kinderen, jongeren en gezinnen

Een kind zien begint met een goed gesprek

Armoede is niet altijd zichtbaar. Een kind vertelt vaak niet uit zichzelf dat er thuis geldzorgen zijn. Wel kunnen volwassenen merken dat een kind niet mee kan doen, zich terugtrekt, snel boos wordt of zich schaamt.

Zie je mij? helpt professionals en vrijwilligers om niet te snel te oordelen, signalen beter te herkennen en het gesprek zorgvuldig te openen.

De kaartenset is geschikt voor scholen, kinderopvang, bibliotheken, sportverenigingen, welzijnsorganisaties, gemeenten en andere organisaties die met kinderen en gezinnen werken.

Van kijken naar doen: ieder kind verdient het om gezien te worden

Geldzorgen en armoede zijn niet altijd zichtbaar. De gesprekskaarten Zie je mij? helpen professionals en vrijwilligers om signalen zorgvuldiger te herkennen, aannames te bespreken en met elkaar te ontdekken wat zij voor kinderen, jongeren en gezinnen kunnen betekenen.

De set bevat 39 kaarten met herkenbare situaties, vragen, voorbeeldzinnen en praktische handvatten, verdeeld over vier thema’s:

Kijken: wat zien we werkelijk?
Denken: wat vullen we misschien zelf in?
Praten: welke vraag kunnen we stellen?
Doen: wat kunnen wij anders doen?

Zo gebruik je de kaarten

Kies tijdens een teamoverleg, studiedag, intervisie of casusbespreking één tot drie kaarten. Bespreek samen wat jullie herkennen, welke vragen de situatie oproept en wat een passende vervolgstap is. Zo vertaal je aandacht voor armoede en geldzorgen naar de dagelijkse praktijk.

De kaarten zijn bedoeld voor scholen, bibliotheken, gemeenten, welzijnsorganisaties, jongerenwerk en andere organisaties die met kinderen en gezinnen werken. Ze zijn geen checklist om armoede vast te stellen, maar helpen om zonder oordeel te kijken, zorgvuldig te luisteren en drempels te verlagen.

Lokale verwijskaart

Voor gemeenten en regio’s kan een lokale verwijskaart worden toegevoegd met organisaties, regelingen en voorzieningen waar kinderen, ouders en professionals terechtkunnen.

Een set kost € 25,00, exclusief verzendkosten. Voor grotere aantallen of een lokale verwijskaart kun je contact opnemen met Stichting Positive Minds.

Bestel de gesprekskaarten Zij je mij?

foto divosa congres 2026

Zure realiteit: welke signalen missen we nog te vaak?

Wat zien we over het hoofd? Signalen van armoede, stress en mentale druk

Onzichtbare armoede, kijk verder en zie mij.

Tijdens het Divosa Congres 2026 stond Positive Minds op de informatiemarkt. We gingen daar in gesprek met professionals die dagelijks werken met mensen die leven met armoede, geldzorgen en langdurige stress.

Met de vraag ‘Welk signaal van armoede, stress of mentale druk missen wij nog te vaak?’ nodigden we bezoekers uit om hun praktijkervaring te delen. Dat leverde 55 signalen op. Samen laten ze zien hoe verschillend armoede zich kan uiten en hoe gemakkelijk signalen achter gedrag, schaamte of een verzorgd uiterlijk verborgen kunnen blijven.

Wat zien we over het hoofd? Signalen van armoede, stress en mentale druk

Tijdens het Divosa Congres 2026 stond Positive Minds op de informatiemarkt. We vroegen professionals die dagelijks werken met mensen die leven met geldzorgen of armoede:

Welk signaal van armoede, stress of mentale druk missen wij nog te vaak?

Deelnemers deelden samen 55 signalen. Hun antwoorden laten zien dat geldzorgen lang niet altijd direct zichtbaar zijn. Vaak gaat het om subtiele veranderingen in gedrag: afspraken missen, post ongeopend laten, sneller geïrriteerd zijn, zich terugtrekken of steeds vragen wat iets kost.

Schaamte, angst voor een oordeel en de wens om problemen zelf op te lossen, kunnen ervoor zorgen dat geldzorgen lang verborgen blijven. Ook een verzorgd uiterlijk zegt weinig over wat iemand achter de voordeur ervaart.

“Eerst connectie, dan pas het formulier.”

“Doen wat nodig is vraagt om medemenselijkheid, om écht zien wie je voor je hebt, voor wie je het doet.”

Uit de opbrengst selecteerden we enkele signalen die terugkwamen of nadrukkelijk opvielen:

  • onvoldoende eten of drinken bij zich hebben;
  • opvallend zuinig of bezorgd zijn over geld;
  • steeds vragen wat iets kost;
  • materialen niet durven gebruiken of bang zijn iets kapot te maken;
  • eten, geld of spullen bewaren voor later;
  • sneller geïrriteerd zijn of moeite hebben met concentreren;
  • terugkerende lichamelijke klachten waarbij stress mogelijk meespeelt;
  • moeite hebben om in actie te komen, ook wanneer iemand weet wat nodig is;
  • afspraken missen, niet reageren of post ongeopend laten;
  • zich terugtrekken of niet meer meedoen;
  • excuses bedenken om activiteiten of gesprekken te vermijden;
  • gesprekken over vakanties, verjaardagen, weekenden of thuis ontwijken;
  • geldzorgen bagatelliseren of buiten beeld proberen te houden;
  • door schaamte geen hulp durven vragen.

Wat valt op?

In de antwoorden zien we drie terugkerende patronen: tekorten in dagelijkse basisbehoeften, gedrag dat samenhangt met langdurige stress en geldzorgen die verborgen blijven. Vooral stressgedrag wordt gemakkelijk uitgelegd als onwil, desinteresse of niet willen meewerken.

De belangrijkste boodschap van de deelnemers: kijk verder dan het zichtbare gedrag. Een signaal is geen bewijs van armoede, maar wel een aanleiding om zonder oordeel door te vragen en samen te onderzoeken wat iemand nodig heeft. Zorg waar nodig voor een warme verbinding met passende ondersteuning.

 

Armoede in de klas: inzichten uit praktijkonderzoek onder leerkrachten en leerlingen

Armoede in de klas: wat speelt er en wat helpt

Deze praktijkgerichte evaluatie laat een helder en consistent beeld zien: armoede en kansenongelijkheid zijn voor veel leerkrachten een herkenbare realiteit in de klas, maar het gesprek daarover is nog niet vanzelfsprekend. Onder de 66 bevraagde leerkrachten geeft het merendeel aan direct of vermoedelijk met armoedeproblematiek in de klas te maken te hebben. Daarmee is armoede geen incidenteel verschijnsel, maar een thema dat zichtbaar aanwezig is in de dagelijkse onderwijspraktijk.

Tegelijkertijd laat het onderzoek zien dat leerkrachten drempels ervaren om het onderwerp bespreekbaar te maken. Een aanzienlijk deel vindt dit moeilijk of doet dit alleen wanneer daar een concrete aanleiding voor is. Dat wijst erop dat de urgentie van het thema wel wordt gevoeld, maar dat structurele inbedding in de onderwijspraktijk nog onvoldoende vanzelfsprekend is.

De terughoudendheid lijkt vooral samen te hangen met handelingsverlegenheid. Leerkrachten benoemen onder meer de gevoeligheid van het onderwerp, de angst om leerlingen te kwetsen of te stigmatiseren, onzekerheid over passend taalgebruik en het ontbreken van voldoende praktische handvatten. Ook tijdsdruk en beperkte ruimte binnen het bestaande lesprogramma spelen hierbij een rol.

De resultaten maken duidelijk waar de behoefte van leerkrachten ligt. Zij vragen vooral om concrete handvatten voor de praktijk, passend lesmateriaal en meer kennis over hoe armoede en kansenongelijkheid in de klas zorgvuldig besproken kunnen worden. Daarnaast blijkt dat ondersteuning vanuit de schoolorganisatie belangrijk is om dit onderwerp niet afhankelijk te laten zijn van individuele initiatiefkracht, maar duurzaam te verankeren binnen het onderwijs.

De gesprekken met leerkrachten en leerlingen verdiepen dit beeld. Leerkrachten benadrukken het belang van materiaal dat flexibel inzetbaar is, aansluit bij bestaande lessen en weinig extra voorbereiding vraagt. Ook geven zij aan dat een indirecte benadering — bijvoorbeeld via verhalen, boeken of fictieve situaties — helpt om een gevoelig onderwerp bespreekbaar te maken zonder leerlingen persoonlijk in de schijnwerpers te zetten. Dat vergroot de pedagogische veiligheid en maakt ruimte voor open gesprek, herkenning en wederzijds begrip.

Ook uit de inbreng van leerlingen blijkt dat armoede niet alleen wordt ervaren als een financieel vraagstuk, maar nadrukkelijk ook als een sociaal en emotioneel thema. Leerlingen koppelen het aan schaamte, buitensluiting, verschillen tussen kinderen en het gevoel erbij te horen. Zij geven aan hoe belangrijk het is dat volwassenen luisteren zonder oordeel, respectvol omgaan met verschillen en zorgen voor een veilige omgeving waarin zulke onderwerpen bespreekbaar zijn.

Op basis van deze evaluatie kan worden geconcludeerd dat scholen en leerkrachten behoefte hebben aan ondersteuning die zowel praktisch als pedagogisch doordacht is. De belangrijkste les uit dit onderzoek is dat aandacht voor armoede en kansenongelijkheid in de klas niet alleen vraagt om bewustzijn, maar vooral om concrete handelingsmogelijkheden, passende werkvormen en structurele ruimte binnen de schoolpraktijk. Wanneer die voorwaarden aanwezig zijn, ontstaat meer ruimte voor erkenning, sociale veiligheid en gelijke kansen voor leerlingen.

Caroline van Reenen

Ambassadeur Caroline van Reenen

Wie ik ben

Ik ben Caroline van Reenen, een positief ingestelde en gedreven ondernemer met een groot hart voor maatschappelijke thema’s, kansengelijkheid en de kracht van verhalen. Als directeur-eigenaar van HOEZO! Projectmanagement & Congresorganisatie werk ik al 25 jaar aan inhoudelijke, creatieve en impactvolle bijeenkomsten voor opdrachtgevers in het sociale domein, gemeenten, maatschappelijke organisaties en verenigingen zoals Divosa, NVVK en Sociaal Werk Nederland.

Mijn werk draait om verbinden: tussen opdrachtgevers en deelnemers, tussen inhoud en beleving, en tussen ideeën en uitvoering. Ik denk graag mee over thema’s die ertoe doen, van schuldenproblematiek tot sociale innovatie, en zet teams en sprekers in hun kracht. Diversiteit en inclusie zijn voor mij vanzelfsprekend; ik geloof dat een podium sterker wordt wanneer alle stemmen worden gehoord.

Waarom Positive Minds bij mij past

Positive Minds zet zich in voor het doorbreken van de vicieuze cirkel van armoede én het stimuleren van leesplezier. Met leskisten, verhalen, dialoogkaarten en een inspirerende aanpak helpt de stichting kinderen letterlijk en figuurlijk verder.

Ik geloof enorm in wat boeken kunnen betekenen. Lezen opent werelden, maakt moeilijke onderwerpen bespreekbaar en geeft kinderen taal, perspectief en veerkracht. Dat Positive Minds via verhalen armoede bespreekbaar maakt en kinderen helpt elkaar beter te begrijpen, raakt precies aan waar ik zelf in geloof. Als ambassadeur draag ik daar graag aan bij met mijn netwerk, mijn ervaring in maatschappelijke projecten, mijn liefde voor lezen en mijn wens om ieder kind de ruimte te geven zich vrij te ontwikkelen.

Wat ik meebreng als ambassadeur

Als ambassadeur breng ik ruime ervaring mee in programmaontwikkeling en conceptcreatie. Al jarenlang ontwikkel ik inhoudelijke programma’s voor congressen en maatschappelijke bijeenkomsten waarin ontmoeting, verdieping en impact centraal staan.

Daarnaast beschik ik over een breed netwerk binnen organisaties die zich inzetten voor armoedebestrijding, schuldenaanpak, welzijn, onderwijs en het sociaal domein. Ik geloof sterk in de waarde van diverse verhalen, auteurs en perspectieven, omdat die kinderen én volwassenen helpen om met meer begrip naar elkaar te kijken. Met 25 jaar ervaring in project- en eventmanagement, van strategie tot uitvoering, draag ik graag bij aan de verdere groei en zichtbaarheid van Positive Minds.

Wat ik kinderen wil meegeven

Ik wil kinderen vooral meegeven dat verhalen kracht geven. In boeken kun je herkenning vinden, troost, nieuwe ideeën en soms ook woorden voor dingen die moeilijk zijn om uit te spreken. Juist daarom is lezen zo waardevol: het helpt je om jezelf en de wereld beter te begrijpen.

Elk kind verdient de kans om zich vrij te ontwikkelen, zich gezien te voelen en met vertrouwen naar de toekomst te kijken. Als we kinderen via verhalen meer begrip, taal en veerkracht kunnen meegeven, maken we samen echt verschil.

Persoonlijk

Ik geniet van lezen, sporten, tuinieren, theater, concerten, musicals, koken en samen zijn met vrienden en familie. Daarnaast organiseer ik met veel plezier lokale initiatieven, zoals een havenfestival voor HATKA, de Haarlemse Alliantie tegen Kinderarmoede.

 

Armoede raakt meer dan je portemonnee

Stella’s persoonlijke ervaring

“Armoede krijg je gratis,
zonder dat ik erom vroeg.”

Onlangs ging ik in gesprek met Stella, ervaringsdeskundige en auteur, over haar levensverhaal, de onverwachte wendingen die haar pad kruisten en de inzichten die zij vandaag de dag met anderen deelt. Haar verhaal raakt, omdat het laat zien hoe armoede niet alleen je financiële situatie verandert, maar ook je zelfbeeld, je relaties en je gevoel van eigenwaarde.

Stella’s verhaal is er een van contrasten. Van een zorgeloze jeugd naar een werkelijkheid waarin niets meer vanzelfsprekend was. Van stabiliteit naar onzekerheid. Wat haar verhaal bijzonder maakt, is de openheid waarmee zij spreekt over de mentale impact van armoede: de constante druk, de stille schaamte en het gevoel van sociale afstand dat vaak onzichtbaar blijft voor de buitenwereld.

Deze blog biedt niet alleen een inkijkje in haar persoonlijke ervaring, maar nodigt ook uit tot een bredere blik. Het laat zien hoe armoede zelden het gevolg is van één gebeurtenis en hoe begrip, openheid en samenwerking een essentieel verschil kunnen maken juist ook voor de nieuwe generatie

Stella groeide op in een warm, zorgeloos gezin in Bussum. Haar vader was huisarts, haar moeder verpleegkundige. Geld was er niet in overvloed, maar het ontbrak aan niets. “Als kind denk je dat het leven zo hoort te zijn,” vertelt ze. Ze bouwde haar eigen leven op in Amsterdam: een bloeiende carrière in de modewereld, een mooi appartement, een auto. Later kreeg ze samen met haar partner twee kinderen.

Tot alles ineens veranderde. Een scheiding, gezondheidsproblemen en het verlies van haar werk kwamen tegelijk. “Ik stond van de ene op de andere dag bij de voedselbank. Het voelde alsof ik mijn leven kwijt was. Niet alleen financieel, maar ook alles wat ik dacht dat ik was.”

De stilte van armoede

“Armoede is niet alleen een geldprobleem,” benadrukt Stella. “Het is mentale uitputting. Een constante rekensom in je hoofd. Als je 65 euro hebt voor een hele week, is alles een afweging: wel of geen tram als het regent, wel of geen verjaardagskaart. Het is een pop-upvenster dat nooit sluit.”

Wat haar het meest raakte, was het sociale isolement: niet mee kunnen doen. “Je zegt: ‘Nee joh, ik heb geen tijd voor dat etentje’, maar in werkelijkheid kun je het niet betalen. Je glimlacht, maar weet dat thuis de koelkast leeg is.”

Ze vergelijkt het met een toneelstuk: “Je staat op het podium zonder decor, en toch verwacht het publiek applaus.”

De onzichtbare mantel van schaamte

Lange tijd droeg Stella een onzichtbare mantel van schaamte. “Niet omdat anderen mij veroordeelden, maar omdat ik mezelf als mislukt zag. Schaamte is geen schreeuw, het is dat fluisterende stemmetje dat zegt: zeg maar niks.”

Pas toen ze haar verhaal begon te delen, kwam er ruimte. “Ik ontdekte: schaamte verdwijnt niet in stilte. Die verdwijnt in het daglicht.”

Ze begon te schrijven op Facebook, niet voor medelijden, maar om grip te krijgen op haar situatie én op het systeem waarin ze vastzat. Het resulteerde in haar boek Armoede krijg je gratis.

“Dat boek gaf me mijn stem terug. Mijn regie. Het liet me weer zien: ik ben niet mijn schulden. Ik ben een mens, met kracht.”

Armoede betekent niet dat je minder bént

het betekent dat je minder hébt.

Het perspectief van een moeder

Het gevoel van vastzitten kwam niet in één klap. Het kroop haar leven binnen.

“Op de momenten dat mijn kinderen vroegen: ‘Mam, kunnen we naar de bioscoop?’ en ik nee moest zeggen. Niet omdat ik niet wilde, maar omdat ik simpelweg geen keuze had.”

Het voelde alsof ze faalde, als moeder, als mens. Alsof ze het allemaal zelf had laten gebeuren. Ze zat gevangen in meer dan geldzorgen, in een mix van schaamte, verantwoordelijkheid en liefde.

“En dat is misschien wel het meest verlammende aan armoede: je voelt je schuldig voor iets waar je geen controle meer over hebt.”

Wat ze leerde

In de jaren daarna begon Stella haar ervaring in een breder perspectief te plaatsen.

“In Nederland denken we vaak dat armoede het gevolg is van verkeerde keuzes. Maar mijn ervaring leerde me iets anders. Armoede ontstaat zelden door één verkeerde keuze, maar vaak door een stapeling van omstandigheden, waarin systemen geen ruimte laten voor herstel.”

Ze ontdekte dat armoede niet alleen over geld gaat, maar over hoe beleid, regels en financiële structuren uitpakken in het dagelijks leven van mensen.

“Als je voortdurend moet bewijzen dat je tekortkomt, verlies je niet alleen inkomen. Je verliest ook waardigheid.”

Daarom spreekt ze vandaag niet alleen over haar persoonlijke verhaal, maar ook over wat er structureel nodig is om ruimte te creëren voor vertrouwen en perspectief.

“Dat vraagt om samenwerking tussen overheid, onderwijs, maatschappelijke organisaties en financiële instellingen.”

Niet vanuit schuld, maar vanuit gedeeld belang. “Wanneer systemen eerder ondersteunen dan controleren, ontstaat er ruimte voor veerkracht. En dat is uiteindelijk in ieders belang.”

Van taboe naar gesprek in de klas

Stella pleit, net als Positive Minds, voor openheid over armoede, juist op plekken waar kinderen zich vormen.

“Armoede moet bespreekbaar zijn. Niet in stilte of met schaamte, maar met kracht en helderheid. Kinderen moeten weten: armoede betekent niet dat je minder bént, het betekent dat je minder hébt. Dat verschil is essentieel.”

Vanaf het moment dat ze kennismaakte met de leskist over armoede was Stella enthousiast.

“Die kist kan écht bijdragen aan het doorbreken van het taboe. Niet om medelijden op te wekken, maar om begrip te creëren. Zodat een lege broodtrommel geen reden is voor schaamte, maar aanleiding voor solidariteit.”

Juist kinderen hebben daar baat bij, óók kinderen die thuis met armoede te maken hebben.

“Zodra zij begrijpen dat hun situatie niets zegt over hun waarde, groeit hun veerkracht. En zodra klasgenoten dat snappen, ontstaat er ruimte voor echte verbondenheid.”

Haar droom

Persoonlijk droomt Stella van rust. Van herstel. Maar ook van betekenis. Ze wil naar Curaçao, waar haar moeder vandaan komt, om daar moeders en kinderen te helpen met kennis, empowerment en financiële zelfredzaamheid.

“Niet top-down, maar als gelijkwaardige partners. Vanuit verbinding.”

Haar grotere droom is een samenleving waarin mensen eerder helpen dan oordelen. Waar systemen vóór mensen werken, niet andersom.

“Waar we durven kijken naar verhalen, niet alleen naar cijfers.”

“Worstel je op dit moment met armoede of schulden? Weet dan: jij bént niet je situatie. Ik spreek uit ervaring. Durf hulp te vragen. Zoek lichtpuntjes, hoe klein ook. Laat schaamte geen stilte worden. Soms is één mens, één kans of één ander perspectief genoeg om het verschil te maken.”

Stella’s persoonlijke ervaring én haar pleidooi voor samenwerking

“Armoede krijg je gratis, zonder dat ik erom vroeg.”

Met trots delen wij deze korte film

Samen met Rabobank bouwen aan kansengelijkheid voor kinderen

Als stichting ervaren wij dagelijks hoe uitdagend het kan zijn om zichtbaar te zijn.
Het onderwijs werkt met volle agenda’s, gemeenten ontvangen een groot aanbod aan initiatieven en fondsen moeten voortdurend moeilijke keuzes maken. Juist daarom geloven wij dat échte verbinding begint bij het persoonlijke verhaal — met empathie én met concrete oplossingen.

Bij Positive Minds brengen wij maatschappelijke thema’s de klas in via de kracht van boeken.
Boeken openen gesprekken, vergroten begrip en helpen kinderen en jongeren om zichzelf én de wereld om hen heen beter te begrijpen.

Onlangs mochten wij ons project pitchen bij de leden van De Coöperatiekring Midden Oost Nederland van Rabobank. Deze coöperatie draagt actief bij aan een kansrijke toekomst voor kinderen en jongeren tot 25 jaar en nodigt jaarlijks goede doelen uit om hun maatschappelijke initiatieven te presenteren.

Van deze bijzondere ervaring is een mooie film gemaakt — een moment waar wij met grote dankbaarheid op terugkijken.

Wij danken de Coöperatiekring Midden Oost Nederland en Rabobank voor het vertrouwen, de betrokkenheid en de ruimte om dit belangrijke maatschappelijke thema onder de aandacht te brengen.

Samen maken we impact.
Samen bouwen we aan een toekomst waarin elk kind zich gezien, gehoord en gesteund voelt. 

Gratis schrijvers in de klas? Dat kan dit schooljaar!

Gratis een schrijver in jouw klas

Voor groep 7 en 8 | in combinatie met de Leskist Kansrijk

Werk je dit schooljaar met de Leskist Kansrijk? Dan kun je gratis een ervaren jeugdauteur uitnodigen in jouw klas.

De schrijver brengt de verhalen uit de leskist tot leven en gaat met de leerlingen in gesprek over kansen, armoede, verschillen en veerkracht. Een bijzondere start of afsluiting van het zesweekse project én een mooie stimulans voor het leesplezier.

Wat krijg je?

  • een gratis schrijversbezoek in de klas;

  • een kant-en-klare leskist voor zes weken;

  • inspirerende gesprekken die aansluiten bij burgerschap;

  • extra aandacht voor lezen en leesplezier.

Je kunt kiezen uit:

Annemarie Jongbloed, Marieke Ariëns of Angélique van Dam.

Interesse?

Vraag bij jouw bibliotheek naar de Leskist Kansrijk met een gratis schrijversbezoek. Je kunt ons ook rechtstreeks een bericht sturen. Dan bekijken we samen met jou en de bibliotheek wat er mogelijk is.

Bekijk de deelnemende bibliotheken of stuur ons een bericht

Het gratis schrijversbezoek is alleen beschikbaar in combinatie met het gebruik van de Leskist Kansrijk.