Wethouder Van Ginkel brengt armoede voor kids onder aandacht

Leskist helpt scholen bij bespreken armoede

Weet je dat in elke klas gemiddeld twee tot drie kinderen in armoede opgroeien? Om het ‘lastige’ onderwerp armoede op een toegankelijke manier in de klas bespreekbaar te maken, kun je bij de Bibliotheek gratis de leskist Kansrijk, doorbreek de cirkel van armoede lenen. Dit is een kist met boeken en lesopdrachten over het thema armoede.

“Hopelijk lukt dat met de Leskist Kansrijk ‘Doorbreek de cirkel van Armoede’”, zegt de gemeente. Deze kist is er voor alle groepen 7 en 8 en is aan te vragen bij de Bibliotheek aan Zet. Wethouder Mieke van Ginkel overhandigde de leskist maandag 21 november aan de leerkracht van groep 8 van De Overkant. Van Ginkel:”We hopen dat er meer aandacht komt voor armoede door er samen over te praten”.

De leskist bevat populaire leesboeken over kinderen die opgroeien in moeilijke omstandigheden en die door geldgebrek al vroeg in hun leven voor uitdagingen komen te staan. Aan de hand van lesopdrachten gaan leerlingen op onderzoek uit over het onderwerp ‘armoede’.


Adres onbekend

Adres onbekend - Susin Nielsen

Naam: Felix Knutsson

Leeftijd: 12

Ouder/voogd: Astrid Anna Knutsson

Adres: ZVWOP

Zonder vaste woon- of verblijfplaats.

 

Er liep een rilling over mijn rug. Astrid had me er zo vaak voor gewaarschuwd. ‘Niemand mag erachter komen waar we wonen.’ Tot vanavond had ik die regel maar één keer overtreden.

Felix woont met zijn moeder (en zijn gerbil) in een geel busje uit 1987. Ze hebben het helemaal zelf ingericht met handige vakjes en opbergplekken. Een perfect busje, voor vakanties. Niet om in te wonen dus. Maar goed, het is maar tijdelijk, toch?

En dan begint school. Met wat leugens ‘volgens de Astrid-methode’ lukt het om een plekje te bemachtigen op een school waar Felix graag heen wil. Zijn moeder waarschuwt hem: Vertel niemand over “onze situatie”.

Op school doet Felix een intensief programma Frans samen met Dylan, zijn vroegere beste vriend. Gelukkig kan hij na school vaak met Dylan mee om huiswerk te maken.

Felix en Astrid moeten heel inventief zijn. Telefoons laden ze op bij een wasserette of een leegstaand huis. En bij McDonalds gaan ze naar de wc. Helaas… Astrid is niet zo handig in baantjes houden, dus een appartement zit er voorlopig niet in.

Op een dag steelt Felix een banaan bij de winkel van meneer Ahmadi.

‘Waarom heb je het gedaan? Een weddenschap? Gewoon voor de lol?’

Ik schudde mijn hoofd. ‘Ik had honger.’

Hij nam me van top tot teen op. ‘Je bent vel over been. Krijg je wel genoeg te eten?’

‘Ja,’ zei ik. ‘Meestal wel.’ (…)

Even later kwam hij terug met twee in folie verpakte muffins. ‘Mijn vrouw zegt dat je ons een grote dienst zou bewijzen als je deze opeet. De uiterste houdbaarheidsdatum is vandaag.’

Felix heeft een handige eigenschap: hij kan heel goed weetjes hamsteren. Hij weet zoveel feitjes dat hij meedoet aan de auditie voor Who, What, Where, When, een quiz op tv. En daar kun je veel geld mee verdienen! Zijn vrienden Dylan en Winnie gaan hem helpen met de voorbereiding. Hoe lang kan Felix zijn geheim nog bewaren?

Susin Nielsen wilde altijd schrijfster worden. (Eigenlijk musicalster, maar ze kon niet zingen, niet dansen en nauwelijks acteren.) Ze heeft series geschreven voor de Canadese televisie. Daarna ging ze romans voor jongeren schrijven. In het Nederlands verschenen Wij zijn allemaal moleculen, Optimisme is dodelijk, Woordnerd, Het ongemakkelijke dagboek van Henry K. Larsen, Adres onbekend en Iets heel bijzonders.

 

Tip voor leerlingen

Welk fragment uit het boek zou je voorlezen om je klasgenoten iets over dit boek te vertellen? Je zou het hoofdstuk Liegen volgens de Astrid-methode (blz. 39-42) kunnen kiezen. Of weten jullie nog een ander leuk fragment?

 

Een bofkont in pechstad

Een bofkont in pechstad

Nu het schemerde zag Joris in de huizen lampjes aan floepen. Maar in sommige huizen bleef het donker. Daar woonde niemand. En nu Joris goed keek waren dat best veel huizen. Minstens de helft. Ze stonden daar maar leeg te staan en hij vroeg zich eigenlijk voor het eerst af waarom.

Het zal je maar gebeuren… dat je de zoon bent van de burgemeester van Bofstad, een stad met supermooie huizen, fonteinen en grote ijstaarten. En iedereen is gelukkig! Of zit het toch anders?

Joris woont met zijn vader en dienstmeisje Nina in zo’n mooi huis. Hij vraagt Nina waarom er ook huizen zijn die leeg staan. Nina herinnert zich een lied dat haar vader vroeger zong. Een geheimzinnig lied dat ze nu voor Joris zingt.

De burgemeester besluit te trouwen met juffrouw Drakenstein. Joris weet niet goed wat hij daarvan moet denken, want zo aardig vindt hij haar niet. Op een dag wordt de juffrouw ontzettend boos op Nina als ze het mooie lied weer zingt. Nina schrikt zo dat ze vlucht.

Waarom mocht Nina dat liedje niet zingen? Joris probeert zich de tekst de herinneren: ‘Onder de grond loopt een trap naar beneden, een groot houten luik verbindt beide steden.’

Wat betekenen die woorden? Hij gaat naar de kelder en vindt een houten luik in de grond. Hij kruipt erin, valt en belandt in Pechstad. En daar is iets geks aan de hand. Pechstad lijkt enorm op Bofstad, maar in Pechstad staan de straten vol plassen, is geen eten in overvloed en werken de fonteinen niet.

Joris ontmoet Glip, een meisje bij wie hij mag blijven eten. Joris ziet hoe ze met een heel groot gezin in een klein huis wonen.

De Stakkers schrokten hun pechprut naar binnen. En toen hun kommetjes leeg waren, likten ze die uit. Na de pechprut kreeg Joris een scheut van een wit goedje in zijn kommetje. Zomaar op de restjes prut. Verbaasd keek hij ernaar.

‘Heb je nog nooit yoghurt gehad?’ vroeg Glip.

Joris had er zelfs niet eens van gehoord. En toen hij het proefde bleek het al net zo zuur als dat het rook. Heel anders dan de ijstaarten en puddinkjes die hij thuis als toetje kreeg.

Dit fragment laat goed zien dat Joris er niet zomaar vanuit kan gaan dat iedereen het net zo goed heeft als hij. 

Dan gebeurt er iets wonderbaarlijks. Glips opa, die al tijden niks zegt en tijdens het eten in zijn leunstoel blijft slapen, zegt luid en duidelijk tegen Joris: ‘Ga naar de vuurtoren.’ Bofkont Joris en Stakker Glip gaan samen via het Pechpad op avontuur.

Een bofkont is Pechstad is geschreven door Thijmen Gijsbertsen. Hij wilde als kind al kinderboekenschrijver worden. Hij heeft ook een vervolg op dit boek geschreven: Joris en het reuzenraadsel. De illustraties zijn van Marja Meijer.

Tip voor leerlingen

Ga in gesprek met het groepje dat het boek Arme Rijk geeft gelezen. Joris en Rijk zijn allebei ergens te gast voor het avondeten. Maar ze hebben allebei een heel andere ervaring. Wat is het verschil?

Arme Rijk

Arme Rijk

Er was eens, in een donkergrijs verleden, een arme jongeman.

Zijn naam was Rijk. Hij woonde in een huisje langs een dijk

en deed wat alle arme mensen deden:

hij hakte hout, hij maakte vuur, hij bakte donker brood en

waste elke week zijn vuile kleren in de sloot.

 

Rijk moet de wijde wereld in omdat zijn moeder op sterven ligt. Hij krijgt een appel en een ei mee voor onderweg. En een zak stenen. Tijdens zijn toch gebeuren er bijzondere dingen. Een zwerver vraagt hem een gouden munt. ‘Ik heb geen munten, alleen maar stenen in mijn knapzak.’ En als hij in zijn knapzak kijkt, wat zit er dan in?

Als Rijk zijn ei, zijn enige ei, weggeeft aan een moeder met zeven dochtertjes kan ze daar een hele stápel pannenkoeken mee maken.

Dit is een boek op rijm met heel veel illustraties. Je kunt het verhaal ook luisteren met de cd achter in het boek. Het boek begint een beetje verdrietig, maar toch is het een optimistisch boek. Steeds weer vraag je je af wat er nu weer voor magisch gaat gebeuren.

Stel je voor dat je ineens in je eentje op pad moet zonder dat je een huis hebt of een grote voorraad eten en drinken. Geen mobieltje of pinpas… Rijk is een jongen die toch aan anderen denkt en deelt wat hij kan, ook al heeft hij zelf bijna niks. Tijdens zijn tocht komt hij bij het paleis en hij mag dineren bij de koningin:

Rijk nam een hapje gemberwortelwafel met venkelzaad en verse mayonaise

van heggenmusseneitjes uit de koninklijke heg.

Die arme mus, dacht Rijk bedroefd, nu zijn haar eitjes weg.

 

Dit boek is geschreven door Bette Westera en de illustraties zijn van Sylvia Weve. Samen hebben ze al veel bijzondere boeken geschreven waar ze ook allerlei prijzen mee wonnen. Ze maakten bijvoorbeeld de bundel Doodgewoon met gedichten over de dood en Uit elkaar over scheiden. Of Seks is niks geks, over seks dus.

 

Tip voor leerlingen

Kunnen jullie in het boek nog een fragment vinden waaruit blijkt dat Rijk aan anderen denkt, ondanks dat hij zelf ook heel arm is?

 

Tip voor de leerkracht

Je kunt een klein fragmentje aan de klas laten horen van de cd achter in het boek.

Mijn vriend Crenshaw

Mijn vriend Crenshaw

Het was rond zes uur ’s avonds. Mijn zusje Robin en ik speelden cornflakesbal in de woonkamer van ons appartement. Cornflakesbal is een goeie truc als je honger hebt en er tot de volgende ochtend bijna niets te eten is.

Bij Jackson thuis is het helemaal niet makkelijk. Zijn ouders hebben allerlei baantjes, maar toch is er altijd te weinig geld. Ze doen wel vrolijk, maar Jackson weet dat ze zorgen hebben. Dat merkt hij als hij ’s avonds hun gesprekken afluistert. Omdat ze de huur niet kunnen betalen moeten ze regelmatig spullen verkopen. Een paar dingen die écht niet weg mogen, kunnen Jackson en zijn zusje Robin in een souvenirtas doen om te bewaren.

Vroeger, toen we altijd meer dan genoeg in huis hadden, begon ik te zeuren als mijn lievelingseten er niet bij was. Maar tegenwoordig was er zo weinig, en ik had het gevoel dat mijn ouders dat rot vonden.

‘We hebben jellybeans, mam.’

‘Ook goed. Als het maar voedzaam is,’ zei mijn moeder. ‘Morgen krijg ik mijn loon van de drogist en dan ga ik na het werk meteen naar de supermarkt om boodschappen te doen.’

Een moeder die jellybeans voedzaam noemt. Oei, dan weet je wel dat het gezin van Jackson echt arm is.

Op een dag, als hij zeven jaar oud is, ontmoet Jackson Crenshaw. Crenshaw houdt ook enorm van paarse jellybeans. Maar hij is geen gewone vriend… Hij is een hele grote kat die alleen Jackson kan zien. Nu is Jackson 11 jaar, hij zit in groep 7. En opeens ziet hij Crenshaw weer. Is het omdat Jackson bang is dat ze weer dakloos worden? Of zoals zijn vader zegt: moeten ‘busjekamperen’.

Jackson vindt het zelf ook heel vreemd, een denkbeeldige vriend. Maar het is ook wel handig en soms precies wat je nodig hebt. Want de timing van Crenshaw om weer op te duiken is uitstekend.

Mijn vriend Crenshaw is geschreven door Katherine Applegate. Voor dit boek sprak de schrijfster met jongeren over dakloos zijn. Ze heeft dus echte ervaringen gebruikt in het boek.

Tip voor leerlingen

Het gezin van Jackson moet van alles doen: muziek spelen op straat, spullen verkopen, zelfs de televisie! En toch heeft dit boek veel grappige stukken. Zoek een fragment op in het boek waaruit blijkt dat het gezin van Jackson heel arm is en lees het voor aan de klas.

 

 

Spreek je chocola? – Cas Lester

Spreek je chocola? - Cas Lester

‘Jaz Watson!’ snauwde hij. ‘Ga aan je werk! Jij moet juist extra je best doen. En hou op met andere kinderen af te leiden die…’ Hij wilde net een hele preek gaan houden over hoe belangrijk Engels was voor onze toekomst (gaap) toen de deur van het klaslokaal openging en we gered werden door mevrouw C. ze had een meisje bij zich dat het schooluniform droeg en een bijpassende blauwe hoofddoek.

Als Nadima in de brugklas van Jaz komt weet Jaz meteen dat ze vriendinnen zullen worden. Er is alleen één probleem, een best groot onhandig probleem. Ze spreken elkaars taal niet. Gelukkig is Jaz heel vindingrijk – zelf zegt ze dat dat door haar dyslexie komt. Ze delen in de pauze de chocola van Jaz en het Turks fruit van Nadima en daar heb je helemaal geen woorden bij nodig. Ook worden ze heel handig in emoticontaal op hun telefoon.

Waar dit boek allemaal over gaat? Over hoe het is als je als kind je land voor een oorlog moet verlaten. Hoe lastig het is als je beste vriendin ineens een ándere beste vriendin heeft. Het gaat over Google Translate (en wat daar allemaal mis mee kan gaan), over een opdracht bij de dramales, over feestjes (wie nodig je uit en wie niet?), over dyslexie, over een liefdadigheidswedstrijd én over ‘Turks chocofruit’.

Spreek je chocola? is een grappig en vrolijk boek over leuke en niet-leuke dingen die brugklassers meemaken. Maar het gaat ook over serieuze, verdrietige dingen. Nadima is gevlucht uit Syrië. Wat doet dat met je als er tijdens een feestje vuurwerk wordt afgestoken? Als je voor school een stamboom moet tekenen en jij familieleden in de oorlog hebt verloren?

Jaz leert steeds meer over Nadima’s leven in Syrië:

‘Hadden jullie een groot huis?’

Ze schudde haar hoofd.

‘Geen huis. Flat. Iedereen flat. Alleen rijke mensen huis.’

‘Waren jullie dan niet zo rijk?’

‘Nee, niet rijk!’ zij ze lachend.

‘Waren jullie arm?’

‘Nee!’ riep ze geschokt uit. ‘Snoepwinkel heel goed!’

 

De schrijver van dit boek is Cas Lester.

Tip voor leerlingen

Lees aan de klas een stukje voor over Google Translate, bijvoorbeeld halverwege blz. 134 tot 137. Vertel de klas ook hoe het afloopt. Was het briefje goed vertaald?